Tiende keer Step in the Arena in Eindhoven: De laagjes in graffiti

Dit artikel is verschenen in het Eindhovens Dagblad op 7 juni 2019. Geschreven door Rob Schoonen

EINDHOVEN – Komend weekeinde veranderen 120 kunstenaars de Berenkuil in een explosie van kleur en vorm. Een van de deelnemers aan het graffiti-festijn Step in the Arena de Italiaanse artiest Vesod. Hij maakte alvast een blijvende schildering bij Strijp S.

Het spoorviaduct aan de Steenstraat, vlakbij de entree van Strijp-S, ligt er sudderend bij deze zaterdagmiddag. De eerste in oranje gestoken voetbalfans sloffen richting Philips Stadion. De man in de hoogwerker heeft geen weet van de komende wedstrijd Nederland-Australië, maar manoeuvreert het apparaat subtiel een tikje hoger en pakt dan een spuitbus; fel blauw. Hij blikt nog even op zijn mobieltje voor de juiste kadering, zet een masker op en begint te werken.

Jubileum

De belangrijkste plek van het jaarlijkse festival blijft de Berenkuil. 8 en 9 juni worden de muren van dat knooppunt van kunst voorzien door zo’n 120 graffiti-artiesten. Van 11 tot 20 uur zijn ze aan het werk: publiek is meer dan welkom. Babbelen met de spuiters mag, fotograferen ook, meespuiten niet.

Nieuw is dat er woensdag al een wedstrijdje plaats vond, tussen kinderen van basisscholen; ook hun werk is nu te bekijken. Nieuw is ook dat de 220 meter lange roze muur aan de PSV-laan onder handen wordt genomen door 35 artiesten. Onder de keramische medaillons van Piet Dirkx wordt er door hen een verbinding gemaakt tussen het werk van Studio Giftig en het kersverse werk van Vesod en Corn.

De Italiaanse kunstenaar Vesod (37) is een van de 120 deelnemers aan Step in the Arena, het graffiti-festival dat dit jaar voor de tiende keer wordt gehouden en inmiddels is uitgegroeid tot een van de grootste van Europa. Het hoofdmenu wordt komend weekeinde geserveerd, als in de Berenkuil – bij de Insulindelaan en Dordognelaan – de artiesten uit binnen- en buitenland gezamenlijk de muren voorzien van indrukwekkende ‘tags’ en ‘pieces’. Maar naast dat tweedaagse feest in de kuil wordt er, mede vanwege het jubileum, meer georganiseerd. Eén van die sideshows is het werk dat Vesod en zijn collega Corn maken in de tunnel onder het spoor. Sinds 21 mei zijn de twee Italianen ermee bezig en ze hopen de grote klus van vijfhonderd vierkante meter vóór het weekend af te ronden, want ook zij worden zaterdag in de Berenkuil verwacht.

Eerst maar even over zijn naam, Vesod, ongetwijfeld een pseudoniem, zoals zo vaak gebruikt in de graffiti-wereld. Maar dat blijkt een misvatting: ,,Nee, Vesod is echt mijn naam. Mijn vader heeft die bedacht. Hij had die naam een keer gezien in een Joods boek en vond hem mooi. Het betekent zoveel als ‘geheim’.” Zijn vader, de in 2008 overleden beeldend kunstenaar Dovilio Brero, blijkt ook zijn grote inspiratiebron.

Vader

Op z’n 17e, toen had hij voor het eerst een spuitbus in zijn handen. ,,Maar dat was allemaal heel basaal. Een paar jaar later, op m’n 23e, toen werd het serieus. Waarom ik begon met graffiti? Omdat ik van kunst hou – niet zo vreemd natuurlijk met een kunstenaar als vader – maar ook omdat mijn vrienden aan graffiti deden. En wat is er leuker dan met vrienden op stap gaan en mooie dingen op muren maken?”

Dat speelde zich allemaal af in stadjes in de buurt van Turijn, waar hij nu zijn thuis heeft. In beginsel waren het redelijk eenvoudige tags die Vesod op muren aanbracht. ,,Vooral letters, zoals iedereen begint. Maar gaandeweg krijg je meer ervaring en weet je wat wel en niet goed werkt en ontwikkel je een eigen houding en stijl. En ja, dat kost heel veel tijd en energie. Nu combineer ik vaak figuratieve elementen met abstracte delen, en doe ik er soms ook nog tekst bij; heel gevarieerd dus.”

Die – vaak vrouwelijke – figuren, ook nog eens heel realistisch geschilderd, die hebben duidelijk met de schilderstijl van zijn vader te maken. Lachend: ,,Ja, dat heb ik zo’n beetje geërfd, ook hij werkte heel figuratief. Buiten dat vind ik het fijn om mensen te schilderen; ik heb wel iets met het menselijk lichaam, met gezichten ook.” En dat mag hij dan graag combineren met die niet-figuratieve elementen: ,,Klopt, maar ook met landschappen, die zie je dan ook vaak terug in mijn werk.” Oók typisch Vesod: de diepte die hij in zijn schilderwerk weet aan te brengen. ,,Ik vind de gelaagdheid in een werk erg belangrijk, dat maakt het spannend. Heel vlakke, tweedimensionale stukken zijn niet boeiend om naar te kijken vind ik, al helemaal niet als iets lang blijft zitten. Dan wordt het vervelend, toch?”

Futurisme

Hij houdt ervan om kunst te bestuderen en heeft veel op met klassiekers als Caravaggio. ,,Maar ik vind ook het Italiaanse Futurisme (stroming begin 20e eeuw met kunstenaars als Umberto Boccioni en Giacomo Balla, red) heel tof. Net als de gedroomde werkelijkheid van Salvador Dalí.” Geen Van Gogh of Rembrandt? Grinnikend: ,,Wil je een politiek correct antwoord? Nee, ik ken dat werk en het is interessant, maar een figuur als Breughel boeit me meer. Kijkend naar de enorme hoeveelheid spuitbussen in de hoogwerker verrast de vraag wat zijn favoriete kleuren zijn niet: ,,Ik combineer graag warme met koude kleuren; zet met plezier een fel blauw naast een warm oranje of een gebrande-Siena.”

Het werk van het Steenstraat viaduct verwijst naar de activiteiten op Strijp-S. ,,De organisatoren hebben ons ingelicht, hoe het hier vroeger was en wat er nu allemaal gebeurt. Daarom hebben we de industriële geschiedenis gecombineerd met het digitale, dat nu de boventoon voert. Daarom de ‘digitale’ structuren die je steeds terug ziet komen in de schildering, naast de architectuur van de wijk en natuurlijk de mensen die er wonen en werken. En soms kantelen we delen, of zetten we het zelfs letterlijk op de kop, om het spannender te maken.”

Enig idee wat hij gaat doen in de Berenkuil? ,,Nee, ab-so-luut niet zelfs.” Lachend: ,,Dat wordt freestyle – óók leuk.”

Bekijk het originele artikel op de website van het Eindhovens Dagblad.

// RELATED //