“Het is niet denkbeeldig dat breakdance over een paar jaar een topsportstatus geniet”

Van de New Yorkse straten in de 70’s tot de Olympische Spelen van 2024 in Parijs: Breakdance has come a long way! Maar niet alleen een Olympische status zorgt voor de steeds toenemende professionalisering van de atletische dansvorm. Het aantal grote wedstrijden (en dus het prijzengeld) en sponsoring zijn de afgelopen tien jaar enorm toegenomen. Daarmee is breakdance al lang niet meer die vreemde, onbekende dans van de straat.

Niek Traa (31), mede-organisator WBC en bboy (in teamverband, met zijn crew The Ruggeds uit Eindhoven, maar ook solo wist hij sinds 2005 meerdere grote nationale en internationale battles op zijn naam te schrijven) kijkt er al naar uit. “Het mooie aan het concept van de WBC is dat relatief onbekende breakers zich kunnen kwalificeren en tegen wereldtoppers kunnen aantreden. Iedereen maakt gelijke aanspraak op het prijzengeld, al stromen de Great 8, acht bekende top-bboys die door de WBC worden uitgenodigd, wel automatisch in bij de 16e finales.”

Daarmee is de WBC een top breakdance-evenement in de overvolle battle-agenda. Volgens Traa is dat typerend voor de huidige mondiale scene: “Vroeger waren er vier of vijf battles per jaar die er toe deden. Nu zijn het er vier of vijf per maand.” Breakdance zit dus in de lift en biedt dansers tegenwoordig de mogelijkheid om er een aardige boterham mee te verdienen.

Traa vervolgt: “Toen ik begon, moest je nog een beetje gek zijn om dit te doen. Nu zie je dat een veel grotere en algemenere groep het ook wil leren. Wij oefenden vroeger op straat, hier in de stad in de Heuvel Galerie (overdekt winkelcentrum in Eindhoven, red.) of bij de Bijenkorf. Alleen zat daar toen nog helemaal niemand op te wachten en werden we weggestuurd. Nu wil juist iedereen urban culture promoten.”

Zijn oud crewgenoot, maar tegenwoordig vooral ambassadeur van de Nederlandse breakdance-scene Paul van Dal (35) herinnert zich hetzelfde: “In de Heuvelgalerie had je van die gladde marmeren vloeren. Die waren perfect om te oefenen. Pas jaren later kregen we de mogelijkheid te gaan trainen bij Dynamo (centraal jongerencentrum met focus op urban culture in Eindhoven, red.) waardoor we zeeën van tijd hadden en qua niveau een stap omhoog konden zetten.”

Trek dit principe vijftien jaar door en de rol van dat jongerencentrum zou zomaar eens ingevuld kunnen worden door bijvoorbeeld Papendal, hét Nederlandse topsportcentrum. Van Dal: “Met Nederlandse bboys zoals Menno die de afgelopen vijf jaar twee keer de Redbull BC One won en meerdere grote namen, crews en aanstormende toptalenten op wereldniveau, is het niet denkbeeldig dat breakdance, met het Olympische verhaal in het achterhoofd, over een paar jaar een topsportstatus geniet. Dan kunnen bijvoorbeeld zo’n 8 écht goede gasten een huis krijgen toegewezen in de buurt van een topsportcentrum en fulltime trainen met alle mogelijke faciliteiten. Daarmee haak je gewoon aan bij de wereldtop met het talent wat er nu rondloopt in Nederland.”

Behalve de Olympische competitie zijn er meer mogelijkheden voor de huidige breakdancegeneratie om een carrière op te bouwen. Volgens Niek Traa bestaan er vier branches waarin breakers hun brood kunnen verdienen. “Je hebt de educaters, zij die les geven in dansscholen en workshops. Daarnaast zijn er de competitors, gasten die op hoog niveau willen battlen. Verder heb je de entertainers,  die bijvoorbeeld voor popartiesten, tv-shows en evenementen dansen en je kunt als breaker tegenwoordig ook het theater in. Met The Ruggeds spelen wij momenteel onze tweede volledige theatervoorstelling Between Us. Pakweg tien jaar geleden waren die mogelijkheden véél beperkter.”

Paul van Dal onderstreept bovendien de groeiende rol van sponsoring. Red Bull is al zo’n vijftien jaar heer en meester qua structureel sponsoren. Ze hebben een eigen competitie, de BC One, maar sponsoren ook andere battles en dansers. Er is zelfs een team genaamd Red Bull All Stars. Die ontvangen een maandsalaris en kunnen dus fulltime trainen en battlen. Verder zie je diverse merken die met campagnes inspringen op de scene, maar helaas nog maar weinig structurele sponsors. Red Bulls grote concurrent Monster is tegenwoordig ook een dedicated geldschieter en ook Puma draagt goed bij, onder andere aan de World Bboy Classic. Maar we zitten nog niet op het niveau van bijvoorbeeld skateboarding. Ik ga er echter vanuit dat hierbij zo’n Olympische status de komende jaren flink wat deuren kan openen.”

// RELATED //