“Bij urban draait alles om wat jíj laat zien op de dansvloer”

Van zaterdag 7 tot en met zondag 15 december vindt de derde editie van de Urban Dansdagen plaats in het Parktheater in Eindhoven. Dan kun je genieten van het beste op het gebied van urban dans in zeer uiteenlopende stijlen, van breakdance battle tot theatervoorstelling. Danser en choreograaf Simon Bus (30) verwacht een bijzondere sfeer: “Normaal is een theater wat rustig en kan er een gereserveerde, haast sacrale sfeer hangen. Tijdens de Urban Dansdagen zal er eerder een hoog energieke sfeer heersen, typisch voor onze stijlen.”

Bus staat zelf op het programma met Blanco, een zogenaamde ‘double bill’, een voorstelling bestaande uit twee op zichzelf staande delen. In dit geval betreft het een samenwerking met breakdancer Shane Boers uit Rotterdam. “Wij zitten momenteel in een zelfde fase, als danser en als choreograaf. We bewegen echter heel anders en ook onze stukken verschillen erg van elkaar. Zo is Shane behalve choreograaf ook danser in Blanco; ik niet. Daarnaast dansen zij (Shane Boers en Justen Beer red.) heel dicht bij hun oorspronkelijke stijl, breakdance, waarin ze echt heel goed zijn en de grenzen op durven te zoeken. Mijn stuk wordt gedanst door twee danseressen (Alesya Dobysh en Wennah Wilkers red.) die van huis uit voornamelijk house dansen, meer staand en gericht op voetenwerk.”

Het publiek zal echter ook genoeg overeenkomsten tussen de twee duetten kunnen ontdekken. Niet geheel vreemd gezien het feit dat ook Bus, net als Boers, zijn strepen verdiende in de breakdance-scene. Een kleine 20 jaar geleden werd hij verliefd op de spectaculaire vorm van straatdans die tot op de dag van vandaag de fundering vormt voor alles wat hij doet. “Ik weet nog goed dat ik eind jaren ’90 de videoclip van Jason Nevins’ remix van Run DMC’s It’s Like That zag waarin een groep bboys het opneemt tegen een groep bgirls. Dat vond ik zo’n vette video. En rond diezelfde tijd volgde mijn buurjongen breakdanceles en die zag ik wat moves maken. Toen dacht ik: ‘Ok, dit is mijn ding; let’s go!’”

In de daarop volgende jaren leerde de Heerlenaar breakdancen. Eerst op les, daarna in diverse crews waarvan Trashcan Heroes de meest belangrijke en recente was. Dankzij zijn unieke vermogen om pittige freezes lang vol te houden lag zijn bboy-naam voor de hand: Statue. Tien jaar vol training en battles volgden waarin Statue een reputatie vestigde door steeds iets te doen waarbij de andere breakdancers zich bedenkelijk achter hun oor krabden. “Ik heb altijd veel bewondering gehad voor bboys die de grenzen van de stijl opzochten en vond originaliteit het belangrijkste in mijn routines. Daarnaast heb ik ook altijd veel fascinatie gehad voor andere dansvormen en elementendaarvan in mijn stijl geïntegreerd, bijvoorbeeld Butoh, een Japanse dans die me tot op de dag erg inspireert. Bij mij vroegen sommige bboys zich ook af of het nog wel breakdance was wat ik liet zien.” 

Ondertussen studeerde Bus af aan de kunstacademie in Maastricht (richting video) en startte een videoproductiebedrijfje. Na enkele jaren achter de computer realiseerde hij zich dat hij daarin zijn geluk niet zou vinden: “Ik bewoog nog maar weinig en dat voelde niet goed, zowel mentaal als fysiek. Ik besloot me weer volledig te focussen op dans.”

Hij verhuisde in 2016 naar Eindhoven, won de experimentele dansbattle Open Your Mind en maakte werk van zijn theatercarrière: “Althans, dat vertelde ik iedereen. In mijn hoofd stond ik al op het toneel, maar feitelijk was ik nog nergens. Dat duurde zo ongeveer een half jaar tot het moment dat ik mezelf dwong om een klotebaantje te gaan zoeken; om geld te verdienen, maar tevens gemotiveerd genoeg te blijven om honderd procent voor het alternatief te gaan. Zo zwierf ik een week zoekend door de stad en aan het eind van die week werd ik gebeld door choreograaf Guilherme Miotto met de vraag of ik wilde dansen in een voorstelling van hem.”

It was like that. Under the wings of the acclaimed Miotto and the Corpo Maquina foundation (an ‘inclusive cultural movement with dance as a starting point’), Bus learned to place his urban dance style in the context of choreographic performances. He also collaborated closely with fellow bboy Shane Boers, with whom he danced in multiple performances by Miotto. He grew in the theater as a dancer, but also as a maker. With the help of the Performing Arts Fund, the two now have the time and space within Corpo Maquina to develop further. “That fund ensures that we have two years of financing for our development process, so that we can spend a lot of time on it.”

The point at which the urban dancers have landed indicates the popularity of and recognition for street dance styles. “You notice that various urban styles are taken much more seriously within the professional dance world than, say, ten years ago. Breakdance and hip hop are nowadays all-around theater-fähig. The Urban Dance Days in the Park Theater are a good example of this development. ” 

Toch blijft Urban Dans uniek ten opzichte van de meer traditionele, schoolse dansrichtingen volgens Bus. “Urban dans is wat mij betreft niet meer dan een verzamelnaam voor alle stijlen die op één of andere manier ontspringen aan de begindagen van hiphop, zo eind jaren ’70, begin jaren ’80. Die ontstonden als uitingsmiddel, als noodzaak en dat zie je terug in de stijl. Juist dát heeft mij altijd getrokken in breakdance en dat staat ook in mijn werk als choreograaf nog altijd centraal. Bij urban is het niet wie je bent, kent of waar je vandaan komt; het draait om wat jíj laat zien in een battle of op de dansvloer. Het is daarmee heel anders dan het academische dansen dat je vaak ziet bij andere stijlen.”

// RELATED //